Geboren:   ?
Overleden:   1460
Kapittel:   Windesheim
Gemeenschap:   Diepenveen
Historie:   Moniale

 

"Van de Diepenveense handschriften is er zeker een aantal door eigen zusters geschreven, zoals uit colofons blijkt. Adriaen Mant (+ 1460) kopieerde in de jaren 1451-1454 in totaal 77 sermoenen van Beernt Arborstier, verdeeld over drie banden" (Scheepsma 1997, 64)

"Uit Diepenveen is een cyclus van 77 sermoenen bewaard van Beernt Arborstier, prior van het Windesheimse Thabor in Friesland van 1449 tot 1454, We kunnen hem waarschijnlijk identificeren met Beernt Bagemaker, afkomstig uit een vrome Deventer familie die sterke banden met de Moderne Devotie onderhield. De prior van Thabor had de preken oorspronkelijk voor de leken in zijn klooster gehouden, maar men achtte deze sermoenen dus ook geschikt voor de zusters van Diepenveen. De preken zijn geordend naar het kerkelijk jaar en hebben voornamelijk betrekking op schriftlezingen voor kerkelijke hoogtijdagen. Dat maakt ze bij uitstek geschikt voor gebruik in de eetzaal. Overigens zijn er in deze bundel op naam van Arborstier zeker zeven sermoenen van Tauler opgenomen." (Scheepsma 1997, 69)

De preken van Beernt Arborstier zijn alleen overgeleverd in de Diepenveense handschriften Deventer, SAB, I, 71 (101D13), I,72 (101D14) en I,73 (101F16); alle drie de handschriften zijn geschreven door Adriaen Mant. (Scheepsma 1997, 290 n. 107).

Over deze handschriften Steensma 1970, 202-203 en Gumbert 1988, no. 356 en pl. 711. Steensma 1970, pp. 204-221 gaat uitvoeriger in op de sermoenen van Beernt Arborstier; vgl. Hermans 1990, pp. 11 en 15. Wellicht is het contact tussen Diepenveen en Beernt Arborstier gelegd tijdens de goederentransactie uit 1449 (Van Slee 1908, 440). Toen werd het land dat Rixe Jonghen of Rixt Juwinga Diepenveen had aangebracht, Geruild met een nabijer gelegen stuk uit het bezit van hetFriese Thabor klooster (Scheepsma 1995b, 27-28). Wellicht ook speelde Arborstiers Deventer komaf een rol. (Scheepsma 1997, 290 n. 107)

Literatuur:

  • Diepenveense handschriften, SAB, I, 71 (101D13); I, 72 (101D14); I, 73 (101F16), Stads- of Athenaeumbibliotheek, Deventer.
  • Gumbert, J.P., Manuscrits datés dans les Pays-Bas / Catalogue paléographique des manuscrits en écriture latine portant des indications de date, dl. 2, Les manuscrits d'orginie néerlandaise (XIVe-XVIe siècle) et supplément au tôme premier. 2 bnd. Leiden [enz.], 1988 no. 356 en pl. 711.
  • Hermans, J.M.M.K., 'Wat lazen Friezen aan het einde van de Middeleeuwen? Verkenningen rond boekproduktie, boekenbezit en boekengebruik in Westerlauwers Friesland', in: De vrije Fries 70 (1990), 7-38.
  • Scheepsma, W., 'Trije froulju út Fryslân yn it ferneamde kleaster Diepenveen', in: De vrije Fries 65 (1995), 19-36.
  • Slee, J.C. van, 'Necrologium en cartularium van het convent der Reguliere kanunnikessen te Diepenveen', in: AGUA 33 (1908), 317-485
  • Steensma, R., Het klooster Thabor bij Sneek en zijn nagelaten geschriften. Een inleiding en inventarisatie, Leeuwarden 1970

 

 Bron: W.F. Scheepsma, Deemoed en devotie, Prometheus, Amsterdam 1997