Naam klooster:   Domus beatae Mariae, Bethanië
Stichtingsjaar:   1404 of 1405 als zusterhuis, 1417 omgezet in een besloten regularissenklooster
Toegelaten tot het Kapittel van Windesheim:   1430
Opgeheven:   ?

 

“In 1404 of 1405 stichtte Hendrik van Gouda uit Zwolle een zusterhuis aan de rand van Arnhem. Het werd in 1417 met toestemming van graaf Reinald IV van Gelre omgezet in een besloten regularissenklooster. In 1425 kocht Gijsbert van Vlyemen een stuk grond tussen Arnhem en Velp waarop een nieuw kloostergebouw verrees, dat Bethanië werd genoemd. Het werd in 1428 betrokken door de zusters. In 1430 werd Bethanië tot het Kapittel van Windesheim toegelaten, eerst voor een proeftijd van een jaar. Die overgang was voorbereid door drie uit Diepenveen afkomstige priorinnen: Fye van Montfoort (1427-1428), Griete Dagens (1430) en Fenne Bickes (1431-1433?) (vgl.DV, f.50 v- 52 v en D, f.128c-129c). Na een tweede proefjaar werd Bethanië tot het Kapittel toegelaten. De priorinnen kwamen voortaan uit eigen gelederen.

De bisschop van Utrecht, Frederik van Blankenheim, plaatste Bethanië in 1419 onder het toezicht van de prior van Windesheim of een andere prior van het Kapittel.

Kort daarna begeleidde de prior van Mariënborn (Oosterbeek), Johan van Boicholt, de overgang van zusterhuis naar nonnenklooster. Of hij formeel commissarius werd, is niet bekend. De rectoren van Bethanië kwamen vaak uit Frenswegen.

Uit Bethanië is een handschriftje overgeleverd dat drie teksten over de Arnhemse heilige Eusebius en een leven van Sint-Bonifatius bevat (hs. Arnhem, Rijksarchief in Gelderland, hs. 191). Omdat er in de vita van Bonifatius wordt verwezen naar een relikwie uit het bezit van Bethanië, nl. een stuk van een stenen brood, kan hs. 191 in dit klooster worden gelokaliseerd. Vanwege de nadrukkelijke verwijzing naar ‘ons klooster’ is er reden om aan te nemen dat deze vita, en wellicht ook de andere drie teksten, in Bethanië zijn geschreven. Omdat deze aanwijzing zich niet verder laat concretiseren – was het een van de zielzorgers, een van de zusters of een ter plaatse bekende buitenstaander? -zijn de teksten uit hs. 191 niet in het onderzoek naar de geschriften van de Windesheimse monialen betrokken. Over dit Arnhemse handschrift zie Alberts 1959 (ed. Bonifatius-vita op p. 368-382), Alberts 1961, m.n. 17, Geurts, Gruijs & Van Krieken 1983, 84-90, Nissen 1991 en Hogenelst & Van Oostrom 1995, 143. Verder twee Groningse scripties: M. Horensma, Handschrift 191 van het Rijksarchief van Gelderland te Arnhem beschreven en getranscribeerd, [z.j.], en S. Dijk, Bonifatius verwoord. Een bijdrage tot het onderzoek naar Middelnederlandse heiligenlevens en/of legenden over St. Bonifatius, 1976.

In Bethanië werden in de tweede helft van de 15e eeuw handschriften voor de markt geproduceerd, waarvan nog enkele specimina bewaard zijn gebleven.” (Scheepsma 1997, 223)

 

Bronnen:

DV, f.50 v- 52 v (= hs. Deventer)

D, f.128c-129c (= hs. Zwolle)

hs. Arnhem, Rijksarchief in Gelderland, hs. 191

 

Literatuur:

Alberts, W.J. (ed.), 'Een Middelnederlands leven van Sint Bonifatius' in: AGKKN 1 (1959), 361-383

Alberts, W.J. (ed.), 'Middelnederlandse heiligenlevens uit de kring van de Devotio moderna', in: Bijdragen en mededelingen van het Historisch Genootschap 75 (1961), 13-61

Dijk, S., Bonifatius verwoord. Een bijdrage tot het onderzoek naar Middelnederlandse heiligenlevens en/of legenden over St. Bonifatius, dissertatie, Groningen, 1976

Geurts, A.J., A. Gruijs & J. van Krieken, Codicografie en computer. Proeve van een leidraad voor het beschrijven van handschriften (PCC-project). Nijmegen, 1983, Nijmeegse codicologische cahiers 1

Hogenelst, D. & F. van Oostrom, Handgeschreven wereld. Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen. Amsterdam 1995

Horensma, M., Handschrift 191 van het Rijksarchief van Gelderland te Arnhem beschreven en getranscribeerd, dissertatie, Groningen, z.j.

Nissen, P.J.A., 'Het versteende brood. Een volksverhaalmotief in een Oostmiddelnederlands leven van Bonifatius', in: AGKKN 28 (1986), 173-191 

 Bron: W.F. Scheepsma, Deemoed en devotie, Prometheus, Amsterdam 1997