Verbandsbewusstsein und Selbstverständnis in der Windesheimer Kongregation

In de kloosterwereld bloeit sinds eeuwen het genre van de kloosterkroniek. Ook huizen, conventen en kloosters binnen de Moderne Devotie hebben dit genre druk beoefend. Sommige kloosterkronieken evolueerden tot bovenconventuele geschiedschrijving, vooral binnen het Kapittel van Windesheim.

Ze overschreden de grenzen van het eigen convent en boden een brede geschiedschrijving van communiteiten, personen en gebeurtenissen binnen een regionale context.

De belangrijkste historiografen in deze categorie zijn Johannes Busch (Chronicon Windeshemense), Johannes Gielemans (Brabants werken), Johannes Mombaer (Venatorium sanctorum ordinis canonici) en Petrus Impens (Chronicon Bethleemiticum).

Het belang van Jostes’ dissertatie is nauwelijks te overschatten. Zij vergelijkt genoemde auteurs met hun verschillende visies op de eigen Congregatie op basis van overvloedige documentatie. Alleen van het Chronicon Windeshemense bestaat een gedrukte, intussen verouderde editie (1886). De overige geschiedwerken berusten nog in handschriften, waardoor tot heden in de geschiedschrijving van de Moderne Devotie vooral de visie van Busch domineert. Kritische edities van de overige werken zijn dan ook broodnodig, vooral nu uit het onderzoek van Jostes blijkt dat Petrus Impens waarschijnlijk de meest voldragen geschiedschrijving van het Kapittel van Windesheim geleverd heeft. [Rudolf van Dijk]

 

Auteur:   Aloysia E. Jostes
Aantal pagina's:   916 pp.
Uitgever:   Dissertatie Groningen, Rijksuniversiteit
Jaar van uitgave:   2008
ISBN:   978-90-367-3478-3
Weblink:   Samenvatting

 

 Bron: Collatie 26 - December 2010