Vanaf de elfde eeuw kwam onder invloed van kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen  de gedachte op dat de maatstaf van alle christelijk leven de evangelische armoede en het apostolische leven zijn. De bewegingen die deze levenswijze propageerden worden ook wel  ‘armoedebewegingen’ genoemd. Deze bewegingen konden gedeeltelijk binnen de kerk gesitueerd worden, maar gedeeltelijk ook daarbuiten. De officiële kerk heeft lange tijd  gezocht naar een juiste verhouding tot deze nieuwe bewegingen.

Het nieuwe elan leidde tot allerlei nieuwe vormen van religieus leven. Zo voerde zij enerzijds langs een periode van Wanderprediger, rondreizende predikers die al bedelend rondtrokken, tot nieuwe vormen van kloosterleven en tot nieuwe orden. Dubbelkloosters als Premontré en  Fontevrault ontstonden, maar ook de bedelorden der Franciscanen en Dominicanen. Opvallend veel vrouwen sloten zich aan bij deze vernieuwingsbewegingen. Zij traden in bij  reeds bestaande kloostergemeenschappen, maar daarnaast ontwikkelden zij ook nieuwe vormen van religieus leven. De begijnen zijn hiervan een voorbeeld.

"De vraag is gesteld of de H. Teresia in haar wonderbare geschriften over de Weg der Volmaaktheid en het Kasteel der Ziel niet enigermate onder de invloed gestaan heeft van de Nederlandse school der Devotio Moderna, die in haar Exercitia het methodisch gebed en de systematische beoefening der deugd sterk op de voorgrond plaatst. Ik ben geneigd, om daaraan wel enige invloed toe te schrijven, maar ik zou verder willen zien dan de werken van Thomas a Kempis, Zerbolt van Zutphen en Garcia de Cisneros en denken aan den Zaligen Johannes Soreth en de invloed, die hij in de Orde heeft gehad.

Zijn mystiek is zonder twijfel zeer sterk verbonden met de Devotio Moderna. Hij legt grote nadruk op actieve heiligheid en de beoefening der deugden en daarin toont hij zich een kind van zijn tijd en van het land, waarin hij werkte voor het welzijn der Orde. Maar in dit geval is het verband, dat er gevonden wordt tussen het zoeken naar een meer methodische wijze van bidden en de school van de H. Teresia, tevens een aanwijzing, dat deze Heilige voortbouwde op de grondslagen van Johannes Soreth, op alles aarop hij zo bijzonder de nadruk had gelegd in zijn hervorming en in zijn stichting van de Carmelitessen."

Intentieverklaring Zwolle Deventer

Op woensdag 16 november 2011. verzamelde zich een heel divers samengesteld gezelschap in de kerk te Windesheim. Eens was dat de bierbrouwerij van de gelijknamige priorij, het moederklooster van de Windesheimer Congregatie. Gastheer was ds. H. de Jong, de plaatselijke predikant, die zich al zo lang beijvert om de spirituele betekenis van Windesheim als centrale plaats van de Moderne Devotie onder de aandacht te brengen. De aanwezigheid van enkele Nederlandse zusters uit de Windesheimse congregatie onderstreepte de band met het verleden.

Onder inspiratie van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ontstonden in alle orden en congregaties vernieuwingsbewegingen. De jaren ’60 en ’70 bruisten van het ‘aggiornamento’ waartoe het Concilie had opgeroepen en waar eerder al verlangend naar werd uitgezien. De geest van vernieuwing liet ook de vrouwenkloosters niet ongemoeid die uit de traditie van de Moderne Devotie waren voortgekomen.

Deze communiteiten van reguliere kanunnikessen, verspreid over Nederland, België en Engeland, geven hun religieuze leven vorm in de geest van het voormalige Kapittel van Windesheim (1395-1865) en vanuit het charisma van de Moderne Devotie.

Tot deze ‘restkloosters’ behoort allereerst priorij Soeterbeeck (sinds 1997 te Nuland). Gesticht in 1448 te Nederwetten bij Nuenen, was het convent in 1732 naar Deursen verhuisd. In 1954 ging Soeterbeeck een fusie aan met Mariëndaal, gesticht te Diest (1422), sinds 1801 te Sint-Oedenrode. De communiteit was dan ook groot en levenskrachtig, toen zij in 1967 deelnam aan een belangrijk initiatief: de nog bestaande vrouwenkloosters uit de Moderne Devotie richtten samen een federatie op, met behoud van ieders autonomie.

Behalve Soeterbeeck maakte priorij Nazareth (‘Engels Klooster’) te Brugge deel uit van de federatie. Dit klooster was in 1629 gesticht vanuit priorij Sint-Ursula te Leuven (1415), die in 1609 voor haar Engelse medezusters in Leuven priorij Sint-Monica had gesticht.